De eerste doelstelling van Jezus Christus is bereikt!

Johannes 1:5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Lucas 1:78-79  78 Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan 79 en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’  Efeziërs 4:8-10 8 Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9 ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen.  Lucas 23:43-46 43 Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’ 44-45 Rond het middaguur werd het donker in het hele land doordat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 45 [44–45] 46 En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit Matteüs 27:52  52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. Matteüs 28:5-7 8 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ . Lucas 24:39 Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.’ 40 Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. Matteüs 28:18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 




Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen

Johannes 16:12-15 12 Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. 13 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. 14 Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren. 15 Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. Matteüs 13:11 Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. Matteüs 13:14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.

Genesis 1:6-8 6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel.  Job 38:7-12terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde? 8 En wie sloot de zee af met een deur,
toen ze uit de schoot van de aarde brak? 9 Ik hulde haar in een gewaad van wolken en omwond haar met donkere nevels. 10 Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk, 11 en zei: “Tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel.” 12 Heb jij ooit de morgen ontboden,
de dageraad zijn plaats gewezen,


Pas op voor valse profeten, er zullen talrijke valse profeten komen

Matteüs 7:15-16 15 Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? Matteüs 24:10-11 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 2 Timoteüs 4:3-4 3 Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. 4 Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. Lucas 14:27 Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn.




Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben

Matteüs 6:11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Exodus 16:4 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. Johannes 1: 36 Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’Johannes 6:51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’



Jezus Christus is het brood dat uit de hemel is neergedaald

Matteüs 6:11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Exodus 16:4 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uit gaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef: ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden. Exodus 16:16 De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.’ 17 De Israëlieten deden dat. De een verzamelde veel, de ander weinig.Johannes 6:31-38 31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36 Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. 37 Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, 38 want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.  Johannes 6:48 Ik ben het brood dat leven geeft.



Jezus Christus is het lam van God, Jezus Christus is het lichaam van God

Het lam van God is het lichaam van God, zo heeft God zijn lichaam geofferd voor onze zonde. Jezus Christus heeft onze zonde op zich genomen en stierf voor ons.

Johannes 1:1-2 1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. Johannes 1:4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Johannes 1:10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Johannes 1:14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Johannes 1:29 De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Johannes 1: 36 Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’


Liefde tot Jehovah God is sleutel van de hemel, zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.

Je moet liefde hebben voor God, mensen, vogels, dieren en planten. Net als God van ons houden en heeft hemel en aarde met liefde geschapen. Genesis 1,1-2,3  "Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid''.

Marcus 12:30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.Johannes 14:15 Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. 1 Johannes 2:4-6 4 Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. 6 Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 1 Johannes 4:8 Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. 9 En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. 





Jezus Christus is de wegwijzer naar de Paradijs


Jezus Christus is gekomen om mensen de weg te wijzen naar de Paradijs en liefde is de enige sleutel.

Johannes 12:47 Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Johannes 14:6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Openbaring 1:18 Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. 1 Korintiërs 13:1-13 1 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. 2 Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. 3 Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.4 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.8 De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – 9 want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11 Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12 Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.




Jehovah God is de levende God die bestaat in eeuwigheid

Daniël 6:27-28 27 Hierbij beveel ik dat iedereen in het machtsgebied van mijn koninkrijk eerbiedig ontzag moet tonen voor de God van Daniël. Want hij is de levende God die bestaat in eeuwigheid. Zijn koningschap gaat nooit te gronde en zijn heerschappij is zonder einde. 28 Hij redt en bevrijdt, geeft tekenen en doet wonderen in de hemel en op aarde; hij heeft Daniël uit de klauwen van de leeuwen gered.’

De engelen van Jehovah God

Exodus 3:2 Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.

Exodus 14:19 De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich nu achter hen op. Ook de wolkkolom die eerst voor hen uit ging stelde zich achter hen op,

Daniël 6:23 Mijn God heeft zijn engel gezonden en de leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat hij mij onschuldig acht; maar ook u, majesteit, heb ik niets misdaan.’


Jezus Christus is de weg naar het Paradijs

Johannes 3:3 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ Johannes 3:18 Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. Johannes 14:6  6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. 7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.’


Jezus Christus als manager


Matteüs 16:16-21 16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. 17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. 18 En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. 19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ 20 Daarop verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de messias was.
21 Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.

Handelingen 20:28-35 28 Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. 29 Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. 30 Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. 31 Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven.
32 Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die hem toebehoren. 33 Geld of kleding heb ik van niemand verlangd;34 u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. 35 In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’


Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen

Hemel is op aarde


Genesis 1:1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
Genesis 1:6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel.
Genesis 1:9-12 9 God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.11 God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 


De mens als zijn evenbeeld
Genesis1:26-27 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.


De tuin van Eden
Genesis 2:4-7
In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte, 5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; 6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. 7 Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

Genesis 2:18 God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. 19 Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. 20 De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste.

Uit de rib de mens (Adam) maakte God, de HEER, een vrouw
Genesis 2:21-23 21 Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. 22 Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. 23 Toen riep de mens uit:
‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’

Gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel
Matteüs 13:11 Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven.
Matteüs 13:15
14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling:
“Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen,
en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.
15 Want het hart van dit volk is afgestompt,
hun oren zijn doof
en hun ogen houden zij gesloten.
Met hun ogen willen ze niets zien,
met hun oren niets horen,
met hun hart niets begrijpen.
Want anders zouden ze tot inkeer komen
en zou ik hen genezen.”

Matteüs 13:18-21  18 Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19 bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 20 Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21 Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.

Matteüs 13:24-29 24 Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25 Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26 Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. 27 De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28 Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” 29 Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken.

Matteüs 13:31 Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide.

Matteüs 13:35 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

Matteüs 13:37-38 37 Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38 de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad,


Wat gebeurt er met de wereld, wanneer God geest niet altijd in de mens mag wonen?

Genesis 6:3 Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven.

Genesis 6: 5-7 5 De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6 Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7 Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt.

Genesis 6:12-13 12 Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij.

 Genesis 6:17 Ik laat een grote vloed over de aarde komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om alles onder de hemel waarin levensadem is te vernietigen; alles op aarde zal omkomen.


Elkaar helpen en zegenen voor een betere wereld


Jehovah God heeft ons gezegend met de aarde, twee grote lichten (de zon, de maan en ook de sterren), het leven, Heilige Geest, Jezus Christus, dieren, vogels, planten, intelligentie en als evenbeeld van God schiep hij man en vrouw. Verder schiep God de Engelen om mensen te dienen en voor mensen te zorgen 

Elkaar met liefde helpen om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan. 
Bijvoorbeeld:
Doneren met liefde aan arme mensen  
Strijd met liefde tegen de ziekte
Strijd met liefde tegen honger 


Tips om te strijden: 
Gebruikt je lief karakter om te strijden en om te doneren. 
Roep Jezus Christus en de Heilige Geest om in jou te wonen.
Vraag aan Jezus Christus om je ziel als eerste te genezen en daarna je lichaam.
Vraag elke dag aan Jezus Christus dat hij de opening van je lichaam dichtdoen, zodat de kwaad geest niet in je lichaam kan wonen.

Zegenen in het Oude Testament

Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit het Oude Testament, waarbij individuele personen zegeningen uitspreken:

Noach zegende zijn zonen Sem en Jafet, en vervloekte zijn zoon Cham (Genesis 9:25-27).
Isaak zegende zijn zoon Jakob (Genesis 27:27-29) en gaf zijn zoon Esau een positie ondergeschikt aan zijn broer (Genesis 27:37-40).
Jakob zegende zijn zonen onder handoplegging, mede naar aanleiding van hun gedrag (Genesis 48-49).
In al deze gevallen waren de zegenende vaders zich bewust van de kracht en de uitwerking van hun uitspraken. Ze wisten zich bij hun uitspraken verbonden met God waren zich bewust van hun verantwoordelijkheid om iets wezenlijks door te geven aan het volgende geslacht. Nog enkele voorbeelden:


Mozes zegende elke stam van Israël afzonderlijk (Deuteronomium 33).
Mozes zegende Jozua, zijn opvolger onder handoplegging (Deuteronomium 31:1-8).
"Mozes had Jozua, de zoon van Nun, de handen opgelegd, en daardoor was Jozua vervuld van geest en wijsheid..." (Deuteronomium 34:9, GNB1996)


Zegenen in het Nieuwe Testament
Jezus zegende veel mensen en dat was meer dan een paar aardige woorden tegen hen zeggen. Daar ging een positieve geestelijke invloed van uit. We lezen van Jezus dat Hij onder handoplegging kinderen zegende, die bij Hem werden gebracht (Marcus 10:16). Bij zijn vertrek zegende Hij zijn apostelen, waarbij Hij de handen ophief (Lucas 24:50). Wie zien verschillende gebaren bij het zegenen: handoplegging bij individuele mensen, handen opheffen bij groepen mensen. Niet dat die gebaren nodig waren, maar ze ondersteunden de woorden en illustreerden de overdracht van zegen.

Voorbeelden uit het Nieuwe Testament waarbij mensen door handoplegging gezegend worden:

inzegening voor bepaalde taken (Handelingen 6:6; Handelingen 13:3)
vervulling met de Heilige Geest (Handelingen 8:17; Handelingen 19:6)
genezing (Lucas 13:13; Marcus 16:18; Handelingen 9:12; Handelingen 28:8)







Wiilen wij door God gezegend worden?


Wiilen wij door God gezegend worden? Laten we dan uitroepen: “Heer, ik laat U niet gaan, tenzij dat U mij zegent!” Maar onze woorden zullen met daden vergezeld moeten gaan. Jakob was zich er van bewust, dat hij Gods zegen niet zou kunnen ontvangen, tótdat hij zijn bedrieglijke, liefdeloze karakter, zijn ziel, aan God had prijsgegeven. Hij ontledigde zichzelf volkomen om dat oude karakter door God te laten verbreken. Daarom duurde zijn gebedsworsteling ook zo lang. De gehele nacht tot aan de dageraad! Maar hij mocht in zijn gebed uit genade Gods Aangezicht aanschouwen (vers 30). Broeders en zusters, als wij God aanschouwen, dan kunnen wij dat oude karakter niet meer blijven vasthouden. Dan geven wij het prijs. Maar dan worden wij gered en vrijgemaakt. Want God zei: “Jouw naam zal voortaan niet Jakob meer zijn, maar Israël; want je hebt jezelf vorstelijk gedragen met God en met de mensen en je hebt overwonnen.”  Jakobs naam was 3 voortaan niet meer “bedrieger” of “hielenlichter”, maar Israël ( larsy ), hetgeen betekent:
“God overwint, Gods strijder”.  Bron: http://www.reddingdoorjezus.nl/pdf/gaan.pdf

Israël andere naam voor Jacob

Genesis 32:26-33  26 Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht. 27 Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ 28 De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob,’ antwoordde hij. 29 Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ 30 Jakob vroeg: ‘Zeg me toch hoe u heet.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar. 31 Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’ 32 Zodra hij bij Peniël was overgestoken, zag hij de zon opkomen. Jakob liep mank. 33 Omdat de ander hem had aangeraakt bij de spier die boven het heupgewricht ligt, eten de Israëlieten de heupspier niet, tot op de dag van vandaag.

God, wees ons genadig en zegen ons,

Psalmen 67

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm, een lied.

2 God, wees ons genadig en zegen ons,
laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, sela
3 dan zal men op aarde uw weg leren kennen,
in heel de wereld uw reddende kracht.

4 Dat de volken u loven, God,
dat alle volken u loven.
5 Laten de naties juichen van vreugde,
want u bestuurt de volken rechtvaardig
en regeert over de landen op aarde. sela
6 Dat de volken u loven, God,
dat alle volken u loven.

7 De aarde heeft een rijke oogst gegeven,
God, onze God, zegent ons.
8 Moge God ons blijven zegenen,
zodat men ontzag voor hem heeft
tot aan de einden der aarde.


Hoe Franciscus de vogels zegende en daar alle zusters en broeders bij insloot

De vogelzegen van Franciscus

In de Franciscusviering van oktober 2011 in het Franciscaans Milieuproject, stond de vogelpreek van Franciscus centraal. Als besluit en zegen van deze bijeenkomst schreef Guy Dilweg de Vogelzegen


Hoe Franciscus de vogels zegende en daar alle zusters en broeders bij insloot 

Op het eind van zijn leven was Franciscus behoorlijk ziek en half blind. Maar als hij in het duister van zijn ziekencel de vogels hoorde zingen, was het alsof hij geladen werd met vreugde en nieuwe energie.
Daarom vroeg hij op een dag zijn broeders
hem ’s morgens vroeg naar buiten te brengen
omdat hij die heerlijke schepsels wilde bedanken
voor de vreugde die ze hem bezorgden .
en hen wilde zegenen.
De broeders deden dat, en terwijl de vogels hun ochtendconcert hielden
spreidde Franciscus zijn armen in een zegenend gebaar en sprak:
‘O, mijn lieve broers en zusters,
wat ben ik dankbaar dat jullie me hebben geleerd
te preken voor jullie en voor alle dieren
of ze nu in de lucht vliegen, in het water zwemmen of op aarde kruipen.

Ik zegen jullie, en wil jullie danken omdat jullie
door eenvoudig te zijn wie je bent, de lof van God verkondigen.
Ja, meer nog dan ik voor jullie preekte,
zijn jullie voor mij een preek geweest.

Jij merel, die de nieuw dageraad aankondigt als het duister was in mijn ziel,
jij duif, een voorbeeld van onschuld, boodschapper van vrede,
jullie kleine mussen in jullie bruine kleed,
jullie doen me altijd aan mijn broeders denken. ..

En zo sprak hij voort, waarbij hij de vogels aansprak
ieder op een wijze waarop ze voor hem een zegen waren geweest.

En hij eindigde door zich tot zijn broeders te richten en hij zei tot hen:
‘en ook jullie zegen ik, zoveel als ik kan,
want ook jullie zijn voor mij een openbaring van Gods liefde,
ieder van jullie op een eigen manier.
Ook jullie zijn me door de Heer geschonken,
zoals ik mij door Hem aan jullie geschonken weet.’

En met zijn armen wijd leek hij alle broeders en zusters te willen omhelzen,
de dieren en allen die toen bij hem waren
en ook allen die na hen zouden komen
en ook ons
en hij zei:
‘Lieve broeders en zusters,
de Heer geve je Vrede en Vreugde,
hij tone je zijn aangezicht
en ontferme zich over je.
Hij bemoedigt je en wijst je de weg.
De Heer zegene je.’

En toen hij dat gezegd had zakte hij uitgeput terug
en zijn broeders dienden hem vol liefde.

Guy Dilweg, in de trant van Celano.



God zegen broeders en zusters.


God zegen broeders en zusters.

Ik dank God voor alles wat hij in 2010 voor mij heeft gedaan .

Ook dank ik alle broeders en zusters die voor mij hebben gebeden.

Lange tijd wilde ik niets van God of de kerk weten, ruim 10 jaar bracht ik mijn vrouw, dochter en schoonmoeder op zondag naar de dienst en haalde ze aan het eind van de dag weer op. Een enkel keer woonde ik een bijeenkomst bij zoals kerst of als Marjolein piano moest spelen.

Afgelopen voorjaar vroeg Marjolein of ze naar de conventie in Londen mocht, we hebben toen besloten dat Marjolein, Julieta en ik met de auto zouden gaan. Ik had uit respect mezelf voorgenomen om alle 5 de diensten bij te wonen. Tijdens een van de diensten werd ik naar voren geroepen en zuster Yvette heeft toen naast mij voor mij staan bidden. Op dat moment voelde ik iets raars in mij opkomen, maar ik heb dat toen nog kunnen onderdrukken.

Toen kwam de conventie bij ons, en ik vond het niet passen dat ik wel in Londen en niet bij ons alle diensten zou bijwonen. Ik besloot dan ook hier alle diensten aanwezig te zijn. Op een van de diensten werden de jongere waar onder ook Marjolein aangesproken. Zij werd erg emotioneel en ik zei tegen mijn vrouw dat ze naar haar toe moest gaan. Op dat moment kreeg ik weer dat gevoel dat ik in Londen ook voelde alleen was het nu heftiger. Ik wist niet wat het precies was maar kon het niet onderdrukken, hevig geëmotioneerd ben ik toen ook naar mijn dochter toegelopen. Op een gegeven moment zat ik zelfs op mijn knieën te huilen van blijdschap.

Later begreep ik dat dit God moest zijn geweest nu snap ik dat als God iets wil Hij dat ook realiseert.

Eind augustus heb ik de volgende stap gezet en heb me in een woeste zee laten dopen in de naam van Jezus, hoewel de duivel er nog van alles aan deed om dit te beletten. Mijn vrouw kon er niet bij aanwezig zijn die lag in het ziekenhuis. Maar dit heeft mij er niet van kunnen weerhouden.

Het afgelopen jaar was voor mij een heel bijzonder jaar en ik hoop dit jaar te groeien in het evangelie van Jezus Christus en de heilige geest te mogen ontvangen.

Psalm 22;28 Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de Heere bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen

God zegen Amen
Bron: http://www.scribd.com

Gij kunt niet God dienen en den Mammon

Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Hij bedoelt dat jullie niet tegelijkertijd bloedgeld kunnen verdienen en God kunnen dienen. 


Matteüs 6:24-25 Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. 25 Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Matteüs 27:3-6 Toen Judas, die hem had uitgeleverd, zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug 4 en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.’ Maar zij zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!’ 5 Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich. 6 De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’ Genesis 9:4 Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten. Genesis 9:6 Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.

Zakenman leerling van Jezus geworden

Het graf
 Matteüs 27:57-61 Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. 58 Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. 59 Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. 61 Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten.


Het is niet mensenzaak om te bepalen wie zal naar de paradijs gaan of wie zal naar de hel gaan

Het is niet mensenzaak om te bepalen wie zal naar de paradijs gaan of wie zal naar de hel gaan. Alleen Jehova God, Jezus Christus en de Heilige Geest kunnen bepalen wie zal  het paradijs binnengaan. 


Matteüs 7:5 Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.

De mensenzaken zijn: ondernemen met God, de maatschappij helpen, andere zegenen, God getuigen.  Als jij  dit uit liefde doet dan behoor je tot de familie van God.


 Genesis:1:26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’

Genesis 27:24-25‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. 25 Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan.


 Matteüs 10:7 Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
 Marcus 16:14-18Ten slotte verscheen hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die hem hadden gezien nadat hij uit de dood was opgewekt. 15 En hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. 16 Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. 17 Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, 18 met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’
Kruisiging
37 Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’. 38 Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. 39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 40 ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ 41 Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42 ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. Matteüs 27: 37-42

Na de opstanding
19 Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God. 20 En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen. Marcus 16:19-20

1 Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. 2 Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. 3 Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? 4 Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? 5 Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen. Matteüs 7:5

Abram, de eerste rijk en machtig man op aarde

4-5 Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. Toen ze daar waren aangekomen, Genesis 12:4-5

1 Vanuit Egypte trok Abram, met zijn vrouw en zijn bezittingen, weer naar de Negev. Lot ging met hem mee. 2 Abram was bijzonder rijk: hij had veel vee, zilver en goud.  Genesis 13:1-2


Abram, de eerste beroemd profeest in de wereld


1 De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. 2 Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Genesis 12:1-2


Kaïn; de eerste vluchteling op Aarde

8 Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.9 Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ 10 ‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt. 11 Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. 12 Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’13 Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is te zwaar. 14 U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag u niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’Genesis 4: 9-14

Eigenschappen van Kaïn ''Genesis 4:8,9,12,14'': Moordenaar, Onbeleefd,Vluchteling, Dakloze, Zwerver. 
  

Ondernemen vanuit Gods Wijsheid

Salomo’s wijsheid en rijkdom
7Die nacht verscheen God aan Salomo en zei: ‘Wat wil je dat ik je geef?’ 8 Salomo antwoordde: ‘U bent mijn vader David goedgezind geweest en hebt mij als zijn opvolger aangesteld. 9 Laat nu, HEER, mijn God, uw belofte aan mijn vader David bewaarheid worden. U hebt mij aangesteld als koning over een volk dat zo talrijk is als het stof van de aarde, 10 schenk mij daarom wijsheid en inzicht, zodat ik dit volk kan leiden. Want hoe zou ik anders dit grote volk van u kunnen besturen?’ 11 Hierop zei God tegen Salomo: ‘Omdat dit je wens is, omdat je niet gevraagd hebt om rijkdom en schatten, niet om roem en de dood van je vijanden, en ook niet om een lang leven, maar om wijsheid en inzicht om het volk te kunnen besturen waarover ik je als koning heb aangesteld, 12 zal ik je wijsheid en inzicht schenken. En ik zal je ook rijkdom, schatten en roem geven, zo veel als geen enkele koning vóór jou ooit heeft gehad of na jou ooit nog zal verkrijgen.’
2 Kronieken 1: 7-12 

Het gebed Onze Vader in de hemel
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
10 laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
11 Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
12 Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
13 En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Matteüs 6:10-13

Het gebed van iedere ondernemer
Hemelse Vader,
God, die hemel en aarde heeft gemaakt.
Bij wie alle wijsheid en kennis is.
In alle nederigheid kom ik tot U.
Schenk mij bovennatuurlijke wijsheid en kennis om vanuit verbondenheid met U,
U en de mensheid te dienen met mijn onderneming en tot zegen te zijn voor mens en maatschappij.
Amen

Nakomelingen van Abram onderdrukt

13 Toen zei de HEER: ‘Wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdeling zullen wonen in een land dat niet van hen is en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, vierhonderd jaar lang. 14 Maar ik zal hun onderdrukkers ter verantwoording roepen, en dan zullen ze wegtrekken, met grote rijkdommen. Genesis 15:13-14

Israël in Egypte onderdrukt
12 Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. 13-14 Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld. Exodus: 1:12-14


Gods opdracht aan Mozes
 4 Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. 5 ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. 6 Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.
7 De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. 8 Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. 9 De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 10 Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’11 Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ 12 God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’
Exodus 3:4-12

God met Abram


Abram wordt gezegend door Melchisedek
19 en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. 20 Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.’ Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd. Genesis 14: 19-20

Gods verbond met Abram
Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. Genesis 15: 6



Planeet als cadeau van God

Ik zou het leuk vinden als God een ster of een planeet aan mij cadeau zou geven. Handelingen 16:31
5 Daarop leidde hij Abram naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel,’ zei hij, ‘en tel de sterren, als je dat kunt.’ En hij verzekerde hem: ‘Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.’ 6 Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. 7 Ook zei de HEER tegen hem: ‘Ik ben de HEER, die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de Chaldeeën, om je dit land in bezit te geven.’Genesis 15:5-7


Gevoed worden door het Woord Dagelijkse voeding


Als ik het woord opeet, ik zie hoe rijk God is, God heeft geen financiële problemen. God’s  geld zijn  sterren. Hoeveel waarden is 1 Ster in Euro. Wie kan de Zon kopen?
Matteüs 6 :11-12  Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.






God is ondernemer


God is ondernemer, van Jehova, Jezus, Heilig geest  kunnen we veel leren.  In het begin richt God de hemel en de aarde op.  Vervolgens richt God het universum op.   
Johannes 1:1-4
1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.

God is an entrepreneur, Jehovah, Jesus, Holy Spirit, we can learn a lot. In the beginning God created the heavens and focuses on the earth. Then God created the universe. (John 1:1-4)




You are Great

You Deserve The Glory sung by Terry MacAlmon from the album, Live Worship.

HALLELUIA ! GOD IS GOED!


Getuigenis  van Bianca Veenstra, 21-10-2010

Sinds mijn eerste zwangerschap (10 jaar geleden) kreeg ik ontzettende huiduitslag. De dokter gooide het op een allergie voor het zwangerschapshormoon. Maar ook na mijn 2e kind bleef ik  uitslag hebben.
Op een gegeven moment werd ik erg misselijk na een aantal maaltijden en bleek ik een ernstige vorm van allergie voor ei, melk en noten te hebben.
Jarenlang mee geworsteld, allerlei producten goed bekijken, dingen uitproberen, enz...
Feestjes waren niet altijd even leuk gezien het feit dat ik niks mocht en ook niet durfde. Ik viel zelfs flauw van een stukje ei. Ik kwam in een web te zitten.
Een dermatoloog schreef medicatie voor om de boel een beetje te onderdrukken en dat hielp wel een beetje. Noten konden inmiddels wel weer, dit was ook het minst erge.

Met de tijd werd het wel beter en probeerde ik wel wat uit, maar dan merkte ik toch weer verslechtering...

Ik liet regelmatig voor me bidden en ik wist wel dat God mij zou genezen maar hoe en wanneer wist ik niet.  Zelf bad ik er nauwelijks meer voor. Je relativeert het. Ik bleef wel vertrouwen.

Het laatste half jaar merkte ik echt veel verbetering...mijn huid ging er beter uit zien en als ik wat voorzichtig uitprobeerde qua melk, dan ging dat goed. Ik durfde 4 maanden geleden te stoppen met de medicatie en het bleef goed gaan. Wow...dat was super natuurlijk.
Ik ging steeds meer producten eten waar melk in zat . De laatste stap was natuurlijk ‘een ei eten’. Ik vond het heel spannend. Een klein stukje omelet bij de nasi ging ook goed....JOEPIE.
Nu nog een heel ei.  Met bevende handen maakte ik het die week erna klaar. Het eten ging ook goed;  het was toch lekker! Ha ha , ik was genezen....
En....het gaat nog steeds goed. HALLELUIA ! GOD IS GOED!
Ik ben uit het web gehaald door HEM.

Hani vindt vrede bij God

“Mijn genade is voor jou genoeg.”

Hani vluchtte naar Nederland. Hij vond hier vrede toen hij christen werd. Zijn vlucht ging verder toen hij terug moest naar eigen land. Verraden door een vriend belandde hij in de gevangenis. En nu woont hij weer in Nederland. Dankbaar kijkt Hani terug op zijn leven. “Ik heb veel problemen meegemaakt, maar God zegt tegen mij “Mijn genade is voor jou genoeg”. En dat is hem alles waard.


Vanuit een streng moslimland met veel interne spanningen trok Hani in zijn eentje naar ons land. In 2000 kwam hij terecht in een opvangcentrum voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. “Vanuit de kerk kwamen mensen bij ons op bezoek. Ik vond dat erg interessant. Nooit eerder had ik christenen ontmoet. Ze nodigden me uit om mee te gaan naar hun kerkdienst. Ik beheerste nog weinig Nederlands en begreep er niet veel van.” Als moslim had Hani een erg negatief beeld van christenen. “Voor mij waren het atheïsten met een veel te vrije seksuele moraal. Onmogelijk dat God van hen zou houden.” De vriendelijke houding van de christenen maakte Hani nieuwsgierig. “Ik had in het opvangcentrum een mentor met een kruisje om zijn nek. Ik liet hem duidelijk merken dat ik niet hield van christenen en deed erg lelijk tegen hem. Maar hij bleef vriendelijk naar mij reageren en stond klaar om mij te helpen. Wat maakte deze man zo vriendelijk, terwijl ik gemeen tegen hem deed? Ik wilde meer weten over het christelijk geloof.” Hani kwam in een evangelische gemeente terecht en moest erg wennen aan de invulling van de dienst. “De mensen gingen staan en klappen bij het zingen. Ik vond dat eigenlijk oneerbiedig omdat ik heel anders bidden in de moskee gewend was. Maar wat ik heel bijzonder vond, was dat ik in de kerk mezelf kon zijn. Ik voelde me er wel thuis en ervaarde diepe vrede in mij. Dat had ik nooit in de moskee gemerkt.” Hani verhuisde naar een andere plaats, hij zocht geen contact met christenen. Een keer liep hij in de winkelstraat en kwam langs een christelijke bijbelkraam. De vrouw vroeg Hani of hij een Arabische bijbel wilde inzien. Er volgde een goed gesprek tussen Hani en Irene waarin hij vroeg om mee te mogen naar haar kerk. “Van daaruit startte een goede relatie met elkaar. Ik kon bij het gezin terecht met al mijn vragen. En dat waren er veel. Ik wilde graag mijn eigen gelijk halen en zocht daarvoor bewijs. Ik ging daarvoor toen naar de moskee, maar vond geen antwoorden en ook geen vrede. Groot verschil merkte ik in de omgang met andersgelovigen. Iedere vrijdag bad de imam haatdragende teksten uit over niet-moslims, zoals christenen en joden. In de kerk hoorde ik juist vrede en herstel uitbidden over niet-christenen. Dat vond ik heel bijzonder. Irene gaf me wijs advies voor al mijn vragen. “Doe ze allemaal in een doos en laat deze doos voorlopig dicht. Over een jaar mag je de doos weer open doen en dan weet je of de vragen beantwoord zijn.” Ik volgde haar raad letterlijk op en later merkte ik inderdaad dat veel vragen niet meer relevant waren.

Jongerenkamp
Irene nodigde Hani uit voor een jongerenkamp van Gave, een vakantieweek van asielzoekersjongeren en Nederlandse christenjongeren. De eerste dag ging het in het bijbelstudiegroepje al goed mis. “De leider zei tegen mij op een nogal botte manier dat Mohammed niet een profeet was. Dat raakte mij diep. Woedend liep ik weg en wilde naar huis. Maar ik ben toch gebleven.” Tijdens het kamp leerde Hani leider Jan Willem goed kennen. Na het kamp hielden ze contact. “Ik heb veel te danken aan Jan Willem”. Een paar maanden na het zomerkamp ging het niet goed met Hani. De contacten in de woongroep met andere asielzoekers liepen niet lekker. Jan Willem regelde voor Hani een gastgezin waar hij voorlopig kon verblijven. “Het was geen makkelijke tijd voor mij. Ik kwam in de kerk en niet meer in de moskee. Mijn ouders (die niet in Nederland woonden) zouden dit verschrikkelijk vinden. Maar moslim blijven wilde ik ook niet. Ik werd moe van al de vragen. Ik zat alleen op mijn kamer en ging in de Bijbel lezen. Een tekst die me diep raakte waren de woorden van Jezus: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal je rust geven”. Dit hielp mij op dat moment om mijn leven aan God over te geven. Ik had me nog nooit zo blij gevoeld. Ik ging naar mijn pleegouders en vertelde dat ik christen wilde worden. Die avond heb ik al mijn bekenden opgebeld en het grote nieuws verteld.”

Verstopte leugen
Een paar maanden later bezocht Hani de Arabische zomerconferentie van stichting Gave. In zijn eigen taal hoorde hij christelijke toespraken. Een confronterend moment bracht een wending in zijn leven. “De goede boodschap van de toespraken bracht mij tot innerlijk conflict. In mijn leven zat een leugen verstopt. Ik voelde dat ik deze nu in het licht moest brengen. In mijn asielprocedure had ik een verzonnen vluchtverhaal verteld, gelogen over mijn leeftijd en levensverhaal. Ik was ouder dan ik had verteld en had dus geen recht op de ama-status (in die periode kregen alleenstaande minderjarige asielzoekers praktisch automatisch een verblijfsstatus). Het land waar ik vandaan kom heeft wel problemen, maar deze zijn niet erg genoeg om in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen. Als ik de waarheid zou vertellen, zou ik dus terug moeten naar mijn land. Maar ik kon niet meer langer liegen en wilde eerlijk zijn. Ik heb tegen de IND (Immigratie en Naturalisatie Dienst) verteld dat ik had gelogen in mijn asielprocedure. De consequentie was inderdaad dat ik Nederland moest verlaten.”
Terug in zijn eigen land, reageerde Hani’s familie heftig toen ze merkten dat hij christen was geworden. “Ik ging niet mee naar de moskee, maar las uit de Bijbel. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik hun zoon niet meer was.” Als een verstotene voor zijn familie, maar aangenomen bij God, zocht Hani’s naar een weg. “Deze tijd was erg zwaar voor me. Hoe moest ik hier verder? Gelukkig kwam ik via mijn Nederlandse vrienden in contact met Westerse zendelingen die in mijn land werkten. Het was een bemoediging voor me, maar het bleef lastig. Ik kon als christen geen werk krijgen. Ik wilde zo graag anderen over Jezus Christus vertellen. Ik was zelf bevrijd uit de slavernij en zag bij anderen dat ze daar nog in zaten. Ik wist hoe erg het was en verlangde dat zij ook bevrijd werden van de zondemacht. Ik bad veel voor mijn familie en vrienden dat ze tot geloof mochten komen. Een goede vriend van me zag hoe ik veranderd was nu ik christen was geworden. Hij is ook tot geloof gekomen en wilde me helpen om anderen met het Evangelie te bereiken. Het was een bijzondere tijd. We kregen een bijbelstudiegroepje dat langzaam groeide. God was aan het werk.”

Verraden door een vriend
De evangeliserende activiteiten van Hani kwamen op een wrede manier aan een einde. “Ik was met de auto met een paar dozen bijbels op reis naar een ander deel van het land om daar medechristenen te bemoedigen. Halverwege werd ik aangehouden door de politie en moest mee naar de gevangenis. Bijbels uitdelen is in mijn land verboden. Ik bleek verraden te zijn door een christelijke vriend.” In de gevangenis had Hani het erg zwaar. “Iemand die ik goed vertrouwde, had mij juist verraden. Misschien om het geld, wat het ook was, ik voelde me in de steek gelaten.” Na een half jaar kwam Hani vrij, maar de vrijheid bracht weinig vreugde. De christenen waar Hani eerst goed contact mee had, hielden afstand. Ze waren bang dat de politie Hani in de gaten zou houden en hen ook zou oppakken. “Ik voelde me erg eenzaam. Mijn gewone familie was ik kwijt en nu ook mijn geestelijke familie. Ik bleef vertrouwen op God, maar kreeg wel negatieve gedachtes. Misschien was het een straf van God voor mij?”. Nederlandse vrienden kwamen in deze tijd op bezoek en zagen dat het niet goed ging met Hani. Ze zochten mogelijkheden om mij te helpen. Het beste leek om Hani terug naar Nederland te halen. “Hier zou ik tot rust kunnen komen en via een studie goed toegerust worden”. Hani koos voor de studie SPH (sociaal pedagogische hulpverlening), die nu bijna afgerond is.
Hani heeft geen spijt van zijn beslissing om christen te worden. Hij voelt wel de pijn die hij zijn ouders aandeed door christen te worden, zij ervaren het dat hij hen heeft beschaamd. “Maar mijn leven is zo veel beter geworden. Ik haal kracht uit dezelfde woorden die Paulus van God kreeg: “Mijn genade is jouw genoeg”. Ik ben blij dat ik niet ben teruggevallen naar de islam”.
Dankbaar ben ik dat ik in Nederland God heb gevonden. In de 18 jaar dat ik mijn eigen land woonde, heb ik nooit een christen ontmoet. In Nederland zijn zo veel mogelijkheden om God te leren kennen.
Hani weet nog niet wat God voor hem in petto heeft als hij zijn sph-studie binnenkort heeft afgerond. Ieder jaar ga ik terug naar mijn land om daar andere christenen te bemoedigen. Ik wil heel graag op sociaal en geestelijk gebied wat voor de ander betekenen. Ik zou graag blijvend terug willen, maar ik weet niet of God mij daar tot zegen kan en wil laten zijn, of dat ik hier moet blijven.

Hani reageert over een paar aspecten van zijn leven:

Familie
Mijn familie is fanatiek moslim en begrijpt mijn keuze om christen te worden niet. Ze zien wel dat ik veranderd ben. Mijn nicht zei: “Hani, je bent zo’n goed mens geworden. Je bent zo behulpzaam. Vroeger was je niet zo. Ik ben daar heel blij mee, maar één ding van je, vind ik heel erg”. Ik wist dat ze doelde op mijn christen-zijn. Ik zei: “Ja ik weet wat je bedoeld, maar daar waar jij niet blij mee bent is juist de oorzaak van dat ik veranderd ben en goede dingen doe.”

De reden van de vlucht
Hani wist dat zijn echte vluchtverhaal geen reden tot verblijf in Nederland zou opleveren. Daarom vertelde hij een verzonnen verhaal en kreeg een status. Zijn familie had hem gemotiveerd om naar Nederland te vluchten. “In mijn land is weinig werkgelegenheid en slecht onderwijs. Onze buurvrouw had familie in Nederland. Van hen hoorde we positieve, aantrekkelijke verhalen. In Nederland was makkelijk geld te verdienen. Een baan en huis lagen voor het oprapen. Mijn familie vond het een goed plan als ik in Nederland mijn toekomst op zou gaan bouwen. Toen ik hier kwam, bleken die verhalen niet te kloppen. Maar veel dingen zijn wel beter geregeld dan in mijn land.”

Contact met christenen
“Contact met oprechte christenen heeft mij geholpen in mijn geloof. Ik was geen makkelijke jongen, had een lastig karakter en zat vol bitterheid. Ik ben heel dankbaar voor de onvoorwaardelijke liefde die ik bij andere christenen gemerkt heb. Het contact met christenen was een warme deken voor me. Na afloop van een zondagse kerkdienst werd ik vaak uitgenodigd om bij anderen mee te eten en hadden we goede gesprekken.
Samen met mijn Arabisch-Nederlandse vrouw zijn we op zoek naar gemeente waar we lid willen worden. Doordat ik in verschillende plaatsen heb gewoond, ben ik ook bij diverse kerken betrokken geweest. Nu bezoeken wij de zondagse diensten van een Arabisch-Nederlandse gemeente. Maar als ik klaar ben met mijn studie, zullen we misschien verhuizen en vinden we wel een andere kerk waar we ons bij aansluiten. Ik verlang daar wel naar.

Geloof
Het geloof is voor mij een ontdekkingsreis. Elke keer ontdek ik meer van God. Dat Hij mij als zoon heeft aangenomen en ook mijn Vriend wil zijn. Hij zegt dat Hij mij heeft uitgekozen. Door de Bijbel te lezen leer ik steeds meer over Hem. Toen ik vader werd, verrijkte dat ook mijn Godsbeeld. Ik vind het heerlijk om met mijn zoontje te knuffelen. Gods vaderliefde voor mij is nog veel dieper. Ik vond het heel moeilijk om mijn vijanden lief te hebben. Maar Jezus vraagt het wel van mij en heeft zelf Zijn vijanden ook vergeven. Toen ik ze toch vergeven heb, werd ik vrij van binnen en kon ze pas echt los laten. Ik ben in mijn geloof ook meer volwassen geworden. Eerst ging ik gelijk aan de slag met iedere ingeving die ik had. Nu denk ik er eerst over na, vraag aan God in gebed of Hij het wil uitwerken als het een aanwijzing van Hem is. Ik groei daardoor meer in vertrouwen op God.

Thuis
Sinds ik christen ben, voel ik me eigenlijk nergens thuis. Nederland is niet mijn vaderland en in mijn eigen land voel ik me ook niet thuis. Eigenlijk ligt mijn echte nationaliteit in de hemel en voel ik me als christen hier op aarde niet thuis.

Hani heeft in werkelijkheid een andere naam. In verband met zijn veiligheid is zijn herkomstland niet benoemd. Ook de namen van Irene en Jan Willem zijn gefingeerd.

Rien Bregman

Bron: www.gave.nl


"Jezus geeft mij moed te vechten tegen angst"



"Jezus geeft mij moed te vechten tegen angst"

Kind-zijn was er niet bij in de kinderjaren van Ilian. Zijn moeder raakte 15 jaar geleden depressief na het verliezen van haar eerste kindje en sinds die tijd gaat haar psychologische gezondheid met vallen en opstaan, wat grote invloed heeft op het gezinsleven. Daarbij komt nog dat hoewel zijn vader bouwvakker van beroep is en zijn moeder coupeuse, beiden werkloos zijn, waardoor het elke dag een strijd is om te overleven.

De sfeer in huis was vaak om te snijden en Ilian vond er geen veilig thuis. Het gevoel van onveiligheid en de (ongegronde) angst van moeder Asya hadden hun weerslag op Ilian. Violeta Miteva, medewerkster van Zending over Grenzen in Bulgarije, vertelt: "Ilian was bang voor bijna alles: alleen in een kamer slapen, donkere ruimtes en zelfs voor water. ’s Nachts durfde hij alleen naar het toilet als zijn vader met hem meeging".

Confrontatie
Wat zijn moeder hoopte, gebeurde tijdens het zomerkamp van Zending over Grenzen. Ilian: "Ik ontdekte dat God altijd bij mij is. Jezus is mijn Redder. Hij leeft in mij en geeft mij de moed om te vechten tegen de angst." Ilian voegt er nog aan toe dat hij een "onvergetelijke tijd" heeft gehad op zomerkamp. En dat geldt niet alleen voor Ilian.

Tonka Lambeva, directrice van het kindertehuis in Razliv, Bulgarije, vertelt: "Het zomerkamp helpt de kinderen om geduldiger en wijzer te worden. Daar wordt hun hart gevuld met hoop, geduld en liefde. Ik geloof dat het kamp een nieuwe pagina opent in de levens van de kinderen. Ook heeft het aan mij weer eens laten zien hoe belangrijk het is om verder te gaan met Bijbelonderwijs, zodat de kinderen vasthouden aan wat zij hebben geleerd en ook daarin groeien."

Elk jaar nemen er ruim 3500 kinderen uit Oost-Europa deel aan een christelijk zomerkamp van Zending over Grenzen en de lokale kerken. De kinderen groeien op in een tehuis waar zij de liefdevolle aandacht van ouders missen of in een sociaal ontwrichte thuissituatie.

Bron: www.cip.nl