Numeri 21:26 Chesbon was de hoofdstad van de Amoritische koning Sichon. Hij had oorlog gevoerd tegen de vorige koning van Moab en hem zijn hele land afgenomen, tot aan de Arnon. 1 Samuel 14:47 Saul nam het koningschap over Israël op zich en voerde oorlog tegen alle hem omringende vijanden: tegen Moab, tegen de Ammonieten, tegen Edom, tegen de koningen van Soba en tegen de Filistijnen. Overal waar hij kwam, behaalde hij de overwinning. Romeinen 14:17 want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Matteüs 6:33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Matteüs 6:9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, 10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
UPDATE De Palestijnen willen geen vrede. Het zou 'het domste idee in de wereld' zijn om druk uit te oefenen op Israël om vrede in het Midden-Oosten te bereiken.
Dat stelt althans Mitt Romney in een filmpje dat is opgenomen met een verborgen camera. Het links georiënteerde Amerikaanse tijdschrift Mother Jones kwam in de loop van dinsdag met nieuwe onthullingen over de Republikeinse presidentskandidaat. Maandag publiceerde het blad al uitspraken van Romney over de 'slachtoffermentaliteit' van de Democratische kiezers.
Romney baarde in juli al opzien met omstreden uitspraken over het Midden-Oosten. Hij zei open te staan voor het idee de Amerikaanse ambassade in Israël te verplaatsen van Tel Aviv naar Jeruzalem, dat hij de hoofdstad van Israël noemde. Dit is in strijd met het beleid van de internationale gemeenschap, die de Israëlische annexatie van het bezette Palestijnse Oost-Jeruzalem niet erkent.
Marcus 1:15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Matteüs 6:33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Matteüs 21:43 Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.
1 Van Salomo.
Geef, o God, uw wetten aan de koning,
uw gerechtigheid aan de koningszoon.
2 Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.
3 Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
en de heuvels gerechtigheid.
4 Moge hij recht doen aan de zwakken,
redding bieden aan de armen,
maar de onderdrukker neerslaan.
5 Moge hij leven zolang de zon bestaat,
zolang de maan zal schijnen,
van geslacht op geslacht.
6 Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,
als buien die de aarde doordrenken.
7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
8 Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.
9 Laten de woestijnbewoners voor hem buigen,
zijn vijanden het stof van zijn voeten likken.
10 De koningen van Tarsis en de kustlanden,
laten zij hem een geschenk brengen.
De koningen van Seba en Saba,
laten ook zij hem schatting afdragen.
11 Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,
alle volken hem dienstbaar zijn.
12 Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
13 Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.
14 Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
15 Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken,
zonder ophouden voor hem bidden,
hem zegen toewensen, dag aan dag.
16 Er zal overvloed van koren zijn in het land,
zelfs op de toppen van de bergen.
Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon.
Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken
als jong groen op de aarde.
17 Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.
Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.
18 Geprezen zij God, de HEER,
de God van Israël.
Hij doet wonderen, hij alleen.
19 Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig.
Moge zijn luister heel de aarde vervullen.
Amen, amen!
20 Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.
Psalmen 145:11 Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap, spreken over uw machtige werken, Daniël 7:18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.” Matteüs 21:43 Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.
Genesis 2:2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. Exodus 22:22-27 22 Doe je dat toch en smeken zij mij om hulp, dan zal ik zeker naar hen luisteren: 23 ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees. 24 Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. 25 Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, 26 want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij mij om hulp smeekt, zal ik naar hem luisteren, want ik ben een genadige God. 27 Je mag God niet lasteren en je mag de leiders van je volk niet vervloeken.
Spreuken 11:24-25 24 Wie vrijgevig is, wordt almaar rijker, wie gierig is, wordt arm. 25 Een gulle gever zal gedijen, wie te drinken geeft, zal te drinken krijgen. Spreuken 16:3 Vertrouw bij je werk op de HEER,
en je plannen zullen slagen. Spreuken 21:20 Een wijze heeft een kostbare schat aan olie in huis, een dwaas verkwanselt hem. Spreuken 22:22 Beroof een arme niet, hij is al arm genoeg. Vertrap een verschoppeling niet als hij terechtstaat in de poort. Spreuken 31:10-31 10 Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. 11 Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen. 12 Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. 13 Ze zoekt wol en linnen uit, en spint en weeft met vreugde. 14 Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart, zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft.
15 Ze staat al op als het nog donker is, regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op. 16 Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem, van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard. 17 Zij is vol daadkracht, onvermoeibaar is ze in de weer. 18 Handeldrijven gaat haar heel goed af, ’s nachts gaat haar lamp niet uit. 19 Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast. 20 Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp. 21 Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen, zij heeft hen allen warm gekleed. 22 Ze maakt de mooiste dekens, ze gaat gekleed in linnen en purperen wol. 23 Haar man geniet bekendheid in de stad, hij vergadert met de oudsten in de poort. 24 Zij vervaardigt kleding en gordels, en levert die aan kooplui. 25 Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid, de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet. 26 Ze spreekt wijze woorden, wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen. 27 Ze waakt over haar huishouding, nietsdoen is haar onbekend. 28 Haar kinderen prijzen haar, haar man bejubelt haar: 29 ‘Er zijn veel sterke vrouwen, maar jij overtreft ze allemaal.’ 30 Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen. 31 Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten.
Exodus 18:17-27 17 ‘Het is niet verstandig wat je doet,’ zei zijn schoonvader, 18 ‘je zult er nog onder bezwijken, en de mensen die bij je komen ook. Dit is een veel te zware taak voor je, je kunt die niet alleen aan. 19 Luister, ik zal je een goede raad geven, en moge God je dan terzijde staan. Jij moet het volk bij God vertegenwoordigen en hun geschillen aan hem voorleggen. 20 Prent hun zijn wetten en voorschriften in en leer hun welke weg ze moeten bewandelen en welke plichten ze moeten vervullen. 21 Maar zoek daarnaast onder het volk een aantal doortastende, vrome mannen, die betrouwbaar zijn en zich niet laten omkopen, en geef hun de leiding over groepen van duizend, van honderd, van vijftig en van tien. 22 Zij moeten altijd over het volk rechtspreken. Belangrijke geschillen leggen ze aan jou voor, in minder belangrijke geschillen doen ze zelf uitspraak. Zij zullen je last verlichten door die samen met jou te dragen. 23 Als je het op deze manier aanpakt, en als God het wil, kun je het volhouden en kunnen al die mensen tevreden naar hun tenten gaan.’ 24 Mozes luisterde naar zijn schoonvader en deed wat deze hem had aangeraden. 25 Hij koos uit heel Israël doortastende mannen en stelde hen over het volk aan: hij gaf hun de leiding over groepen van duizend, van honderd, van vijftig en van tien. 26 Zij stonden altijd klaar om over het volk recht te spreken. Moeilijke zaken legden ze aan Mozes voor, in eenvoudiger zaken deden ze zelf uitspraak. 27 Daarna deed Mozes zijn schoonvader uitgeleide, en deze keerde naar zijn land terug. Deuteronomium 10:17 Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; Jesaja 9:6-7 Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten. 7 De Heer heeft zijn woord op Israël afgestuurd, het heeft Jakobs volk getroffen. Jeremia 5:1 ‘Zwerf door de straten van Jeruzalem,
vraag na, kijk om je heen, zoek op de pleinen of er iemand is die rechtvaardig handelt, die naar eerlijkheid streeft, dan zal ik Jeruzalem vergeven.
Lucas 14:25-35 25 Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen en zei: 26 ‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn. 28 Want wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? 29 Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen 30 en zeggen: “Die man begon te bouwen, maar het karwei afmaken kon hij niet.” 31 En welke koning die eropuit trekt om met een andere koning oorlog te voeren, zal niet eerst bij zichzelf te rade gaan of hij wel met tienduizend man kan optrekken tegen iemand die met twintigduizend man tegen hem oprukt? 32 Als hij dat niet kan, stuurt hij eerst, wanneer de troepen nog ver van elkaar verwijderd zijn, een gezant om naar de voorwaarden voor vrede te vragen. 33 Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn. 34 Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? 35 Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
Johannes 6:26-27 26 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27 U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven.’ Johannes 6:35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Johannes 6:47-51 47 Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood dat leven geeft. 49 Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. 50 Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. 51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’ Johannes 6:55Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Johannes 7:37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!
Openbaring 22:17 De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.
1 Korintiërs 13:13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Lucas 8:10 Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.
Genesis 12:10-20 10 Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar. 11 Toen hij op het punt stond Egypte binnen te trekken, zei hij tegen zijn vrouw Sarai: ‘Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent. 12 Als de Egyptenaren je zien, zullen ze denken: Dat is zijn vrouw, en dan zullen ze jou in leven laten, maar mij zullen ze doden. 13 Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’ 14 Inderdaad was Abram nog maar nauwelijks in Egypte of de Egyptenaren zagen dat Sarai een bijzonder mooie vrouw was. 15 Ook de officieren van de farao merkten haar op. Ze vertelden de farao zo enthousiast over haar dat hij de vrouw naar zijn paleis liet overbrengen. 16 En vanwege haar werd Abram door de farao met geschenken overladen: hij kreeg schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen. 17 Maar de HEER trof de farao en zijn hof met zware plagen om wat er gebeurd was met Abrams vrouw Sarai. 18 Toen ontbood de farao Abram. ‘Wat hebt u mij aangedaan!’ zei hij. ‘Waarom hebt u me niet verteld dat ze uw vrouw is? 19 Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is? Nu heb ik haar tot vrouw genomen. Hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn!’ 20 En op bevel van de farao werd Abram, met zijn vrouw en al zijn bezittingen, onder geleide het land uit gebracht.
Marcus 1:15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Lucas 11:20Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. Lucas 13:28 Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Genesis 12:10 Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar. Genesis 41:54 en de zeven jaren van hongersnood braken aan, zoals Jozef had voorspeld. In alle landen heerste hongersnood, maar in Egypte had iedereen te eten. Genesis 45:11 Ik zal u daar onderhouden, want de hongersnood zal nog vijf jaar duren. Dan hoeft u geen gebrek te lijden, u niet en ook uw familieleden en uw dieren niet.” Leviticus 25:35 Wanneer een van jullie tot armoede vervalt en zich niet kan handhaven, moet je hem bijstand verlenen, zoals je ook een vreemdeling zou helpen die bij je te gast is; je mag hem niet laten verkommeren.
Tobit 4:21 Maak je dus geen zorgen over onze armoede, want wanneer je ontzag hebt voor God wacht je een groot vermogen. Ga elke zonde uit de weg en doe wat de Heer, je God, welgevallig is.’ Judas 1:21 houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. Matteüs 6:9-12 9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, 10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. 11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. 12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. 13 En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Iedereen moet evenveel lijden in deze wereld . Gods zoon leed op de kruis, de armer lijdt op arme manier en rijker lijdt op rijke manier. Genesis 3:19 Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.’Matteüs 27:45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Judas 1:7En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur. Openbaring 20:10En de duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel gegooid, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd, tot in eeuwigheid.
Matteüs 3:2 ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’Lucas 12:29-32 29 Ook jullie moeten niet nadenken over wat je zult eten en wat je zult drinken, en jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. 30 De volken van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. 31 Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. 32 Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.Matteüs 9:35Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. Matteüs 6:10laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Johannes 21:28-30 28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest. Openbaring 21:4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Openbaring 22:4-5 4 en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. 5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.
Johannes 5:15-18 15 De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. 16 Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen hem optraden. 17 Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook.’ 18 Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde. Habakuk 1:5 Kijk naar de volken, let goed op, jullie zullen verbaasd zijn en verbijsterd! Er gebeurt iets, nog tijdens jullie leven, iets zo uitzonderlijks dat je het niet zult geloven als het je wordt verteld.
Sirach 34:11 maar wie veel heeft gereisd, groeit in levenswijsheid.
Sirach 34:12 Op mijn reizen heb ik veel gezien, ik weet meer dan ik kan vertellen.
Sirach 34:13 Vaak was ik in doodsgevaarmaar dankzij kennis en ervaring ontsnapte ik.
Sirach 34:14 Wie ontzag heeft voor de Heer blijft in leven,
Sirach 34:15 want zijn hoop is gericht op wie hem redt.
Sirach 34:16 Wie ontzag heeft voor de Heer heeft niets te vrezen,hij kent geen angst, want de Heer zelf is zijn hoop.
Sirach 34:17 Gelukkig is wie ontzag heeft voor de Heer.
Sirach 34:18Aan wie houdt hij zich vast, wie is zijn steun?
Sirach 34:19 De ogen van de Heer zijn gericht op wie hem liefheeft; hij is een machtig schild, een sterke steun, hij beschut tegen brandende hitte, geeft schaduw tegen de middagzon, hij behoedt je voor struikelen, voorkomt dat je valt,
Sirach 34:20 hij vult het hart met vreugde, doet de ogen oplichten, hij geneest, geeft leven en brengt zegen.
Exodus 4:3 ‘Gooi hem op de grond,’ beval de HEER, en toen Mozes dat deed, veranderde de staf in een slang. Mozes deinsde achteruit,
Exodus 4:4 maar de HEER zei tegen hem: ‘Grijp de slang bij zijn staart.’ Toen Mozes dat deed, veranderde in zijn hand de slang weer in een staf.
Exodus 4:6Ook zei hij: ‘Steek je hand eens in je kleed.’ Mozes deed dat, en toen hij zijn hand er weer uit trok, zat die onder de uitslag, hij was sneeuwwit.
Exodus 4:7 ‘Steek je hand nog eens in je kleed,’ zei de HEER. Mozes deed het en toen hij zijn hand er opnieuw uit trok, zag die er weer net zo uit als de rest van zijn huid.
Exodus 4:8-9 ‘Als ze je niet geloven en zich niet door het eerste wonderteken laten overtuigen,’ zei de HEER, ‘dan zullen ze zich wel laten overtuigen door het tweede. 9 Maar zijn ze door geen van deze beide wonderen te overtuigen en blijven ze weigeren naar je te luisteren, dan moet je water uit de Nijl scheppen en dat over het land uitgieten; het water zal op het droge in bloed veranderen.’
Exodus 4:11-12 11 De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 12 Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’
Exodus 4:17 En neem je staf in de hand, want daarmee moet je de wonderen doen.’
Exodus 4:21-23 21 Toen zei de HEER tegen Mozes: ‘Nu je teruggaat naar Egypte, moeten jullie daar de farao alle wonderen laten zien waartoe ik je de macht heb gegeven. Ik zal ervoor zorgen dat hij hardnekkig weigert het volk te laten gaan. 22 En dan moet jij tegen de farao zeggen: “Dit zegt de HEER: Israël is mijn zoon, mijn eerstgeboren zoon. 23 Ik heb je bevolen mijn zoon te laten gaan om mij te vereren, maar dat heb je geweigerd. Daarom zal ik je eerstgeboren zoon doden.”’
Exodus 14:21-22 21 Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, 22 en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.
Exodus 14:26-31 26 De HEER zei tegen Mozes: ‘Strek je arm uit boven de zee; dan stroomt het water terug, over de Egyptenaren en over al hun wagens en ruiters.’ 27 Mozes gehoorzaamde, en toen de dageraad aanbrak, stroomde de zee terug naar haar gewone plaats. De Egyptenaren vluchtten het water tegemoet, de HEER dreef hen regelrecht de golven in. 28 Het terugstromende water overspoelde het hele leger van de farao, al zijn wagens en ruiters, die achter de Israëlieten aan de zee in gereden waren; niet een van hen bleef in leven. 29 Maar de Israëlieten waren dwars door de zee gegaan, over droog land, terwijl rechts en links van hen het water als een muur omhoogrees. 30-31 Zo redde de HEER de Israëlieten die dag uit de handen van de Egyptenaren. Toen ze de Egyptenaren dood langs de zee zagen liggen en het tot hen doordrong hoe krachtig de HEER tegen Egypte was opgetreden, kregen ze ontzag voor de HEER en stelden ze hun vertrouwen in hem en in zijn dienaar Mozes.
Genesis 9:7 Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de hele aarde.’ Genesis 18:18 Uit Abraham zal immers een groot en machtig volk voortkomen, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als hij. Genesis 26:4 Ik zal je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en dit hele gebied aan hen geven, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Exodus 6:11 ‘Ga naar de farao, de koning van Egypte, en zeg hem dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten vertrekken.’ Exodus 7:26 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. Openbaring 11:6 Zij hebben de macht om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt zolang zij profeteren. Ook hebben ze de macht om water in bloed te veranderen. Verder kunnen ze de aarde treffen met alle mogelijke plagen, zo vaak ze maar willen. Sirach 42:15 Ik zal de werken van de Heer gedenken en vertellen wat ik heb gezien. Door het woord van de Heer bestaan zijn werken, zijn bevelen werden overeenkomstig zijn wensen uitgevoerd.
Sirach 11:20 Houd je aan je verplichtingen, wees daarin bestendig, en blijf werken tot je oud bent. Romeinen 9:18 Dus God is barmhartig voor wie hij wil en maakt halsstarrig wie hij wil. Matteüs 5:48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
Exodus 31:2 ‘Ik heb mijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda.
Exodus 35:30 Mozes zei tegen de Israëlieten: ‘De HEER heeft zijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda.
Deuteronomium 11:26 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen en vloek.
Deuteronomium 14:25 moet u uw afdracht te gelde maken en met dat geld in een buidel naar de plaats van zijn keuze gaan.
Deuteronomium 16:15 Zeven dagen lang moet u voor de HEER, uw God, feestvieren op de plaats van zijn keuze. Hij zal immers al uw werk zegenen en u een rijke oogst geven. Vier daarom uitbundig feest.
Deuteronomium 30:15 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood.
Deuteronomium 30:19 Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen,
Jozua 24:22 ‘In dat geval,’ antwoordde Jozua, ‘bent u zelf de getuigen van uw keuze om hem, de HEER, te dienen.’ ‘Ja, dat zijn wij,’ bevestigde het volk,
Psalmen 78:70 Zijn keuze viel op David, zijn dienaar, hij riep hem weg bij de schapen,
Psalmen 105:26 Hij stuurde Mozes, zijn dienaar, en Aäron, de man van zijn keuze.
Jeremia 21:8 De HEER sprak: ‘Zeg tegen dit volk: Dit zegt de HEER: Ik geef jullie de keuze tussen leven en dood.
Marcus 3:13 Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar hem toe.
Handelingen 15:22 Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas.
Hebreeën 6:3 We maken deze keuze in het vertrouwen dat God het ons toestaat.
Matteüs 17:27Maar laten we hen niet voor het hoofd stoten; ga naar het meer, werp daar je hengel uit en haal de vis die het eerst bijt van de haak. Als je zijn bek opent, zul je een vierdrachmenstuk vinden. Neem dat mee en betaal hun voor ons allebei.’
Johannes 4:13 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14 ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ Matteüs 20:1-16 1 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. 2 Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. 3 Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, 4 zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” 5 En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. 6 Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” 7 “Niemand wilde ons in dienst nemen,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” 8 Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” 9 En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. 10 En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. 11 Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: 12 “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” 13 Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?” 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
2 Korintiërs 8:11 Rond deze nu met dezelfde inzet af als waarmee u begonnen bent, dan blijft het niet bij goede bedoelingen. Dus geef naar vermogen. 12 Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet hebt, maar van wat u hebt.
20 succesfactoren voor inzet
Deuteronomium 6:5 Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
2 Koningen 23:25 Met hart en ziel en met inzet van al zijn krachten trachtte hij de wetten van Mozes strikt na te leven en terug te keren tot de HEER, zoals geen van zijn voorgangers of opvolgers ooit gedaan heeft.
Prediker 9:10 Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg.
1 Makkabeeën 8:25 zal het Joodse volk met volledige inzet hun bondgenoot zijn, voor zover de omstandigheden zulks toestaan.
1 Makkabeeën 8:27 Omgekeerd zullen de Romeinen, wanneer aan het Joodse volk de oorlog wordt verklaard, met volledige inzet hun bondgenoot zijn, voor zover de omstandigheden zulks toestaan.
Sirach 7:20 Doe een slaaf die eerlijk werkt geen kwaad, noch een dagloner die zich ten volle inzet.
Sirach 48:2 Hij bracht hongersnood over het volk, door zijn inzet voor de Heer maakte hij het klein in aantal.
Baruch 4:28 Zoals jullie je inspanden om van God af te dwalen, zo moeten jullie, tot inkeer gekomen, met tienvoudige inzet hem weer zoeken.
Romeinen 12:8 Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.
2 Korintiërs 7:11 Zie nu zelf waartoe uw verdriet dat God gegeven heeft, uiteindelijk heeft geleid. Hoe groot is uw inzet niet geworden; meer nog, hoe fel hebt u zich niet verdedigd, hoe verontwaardigd was u niet, hoe bang was u niet voor mij, hoezeer verlangde u niet naar mij, wat een ijver hebt u niet getoond om die broeder te straffen. In ieder opzicht hebt u bewezen dat u in deze zaak niets te verwijten valt.
2 Korintiërs 7:12 Dus ook al heb ik u geschreven, ik heb het niet gedaan vanwege hem die onrecht heeft begaan, en ook niet vanwege hem die onrecht heeft geleden. Het was mijn bedoeling dat tegenover God zou blijken hoe groot uw inzet voor ons is.
2 Korintiërs 8:7 U blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt – blink dus ook uit in dit goede werk.
2 Korintiërs 8:8 Ik zeg dit niet als een bevel; door op de inzet van anderen te wijzen wil ik nagaan of uw liefde oprecht is.
2 Korintiërs 8:11 Rond deze nu met dezelfde inzet af als waarmee u begonnen bent, dan blijft het niet bij goede bedoelingen. Dus geef naar vermogen.
2 Korintiërs 8:22 Verder sturen we een broeder mee wiens inzet we al bij veel gelegenheden hebben leren kennen, maar die zich deze keer door zijn grote vertrouwen in u nog meer wil inspannen.
2 Korintiërs 9:2 want ik weet dat u bereid bent mee te doen. Daarom kon ik vol trots tegen de Macedoniërs zeggen: ‘Achaje is vorig jaar al begonnen.’ Uw inzet heeft de meesten van hen tot navolging geprikkeld.
Efeziërs 6:15 de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten,
Kolossenzen 1:7 Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen.
1 Timoteüs 6:2 Een slaaf die een gelovige meester heeft, mag zijn meester niet zijn respect onthouden omdat ze broeders zijn. Integendeel, hij moet hem met nog meer inzet dienen, juist omdat hij met degene die van zijn diensten gebruikmaakt, in geloof en liefde verbonden is. Onderwijs dit alles en spoor ertoe aan.
Hebreeën 1:7 Over de engelen zegt hij: ‘Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur.’
Genesis 45:8 Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte Psalmen 67:5 Laten de naties juichen van vreugde, want u bestuurt de volken rechtvaardig en regeert over de landen op aarde. sela
Genesis 45:26 ‘Jozef leeft nog!’ zeiden ze tegen hem. ‘En hij regeert over heel Egypte!’ Maar Jakob bleef er koud onder, want hij geloofde hen niet. Jesaja 32:1 Een koning die rechtvaardig regeert en leiders die leiden volgens het recht
1 Samuel 18:30 En telkens als de Filistijnse vorsten een aanval op Israël ondernamen, streed David met meer succes tegen hen dan enig andere bevelhebber van Saul. Zo oogstte hij steeds meer roem. Spreuken 17:8 Wie steekpenningen uitdeelt, denkt edelstenen uit te delen, zo hoopt hij overal succes te hebben. Sirach 11:22 De zegen van de Heer is het loon van een vroom mens, na korte tijd heeft hij al veel succes.
Sirach 1:19 hij heeft haar gezien en uitgemeten. Kennis en inzicht laat ze neerdalen als regen, van wie haar bezitten verhoogt ze de eer. Sirach 1:7 De kennis van de wijsheid, aan wie werd ze geopenbaard, de rijke ervaring die ze biedt, wie heeft die verworven? Leviticus 26:4 zal ik jullie op gezette tijden regen schenken, zodat het land opbrengst geeft en de bomen vrucht dragen. Deuteronomium 11:14 belooft de HEER: ‘Ik zal jullie akkers op de juiste tijd regen geven, in het najaar en in het voorjaar. Je zult je oogst binnenhalen, koren, wijn en olie, Deuteronomium 28:12 De HEER zal de rijk gevulde schatkamer van de hemel openen om uw akkers op de juiste tijd regen te geven. Hij zal uw arbeid op het land zo zegenen dat u aan veel volken leningen kunt verschaffen, zonder ooit zelf te hoeven lenen Psalmen 68:10 U liet een milde regen neerdalen, God, en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht.
1 Koningen 8:35 Wanneer de hemel gesloten blijft en er geen regen valt omdat het volk tegen u gezondigd heeft, en wanneer zij dan een gebed richten naar deze tempel, uw naam prijzen en hun leven beteren, antwoord hun dan.
Sirach 1:1 Wijsheid van Jezus Sirach Door de Wet, de Profeten en de andere, latere geschriften is ons veel waardevols geschonken; vanwege deze boeken moet men Israël prijzen om zijn onderricht en wijsheid. Degenen die ze lezen moeten niet alleen zelf inzicht verwerven, maar als liefhebbers van studie ook anderen ten dienste staan, zowel in woord als geschrift. Daarom voelde mijn grootvader Jezus, die de Wet, de Profeten en de andere geschriften van onze voorouders diepgaand had bestudeerd en daarin een grondig inzicht had verworven, de drang om ook zelf iets te schrijven dat lering en wijsheid bevatte. Hij stelde zich ten doel dat liefhebbers van studie, eenmaal vertrouwd met zijn geschrift, nog meer volgens de wet zouden leven. U wordt dus uitgenodigd dit geschrift met welwillende aandacht te lezen en er begrip voor te hebben als er passages zijn waarvan blijkt dat wij ze niet goed hebben weergegeven, ondanks de toewijding waarmee wij de vertaling hebben gemaakt. Want wanneer men uit het Hebreeuws vertaalt, kan de betekenis van het origineel niet volledig recht worden gedaan. Er is een niet gering verschil tussen de vertaling en het oorspronkelijke werk, niet alleen bij dit werk, maar ook bij de Wet zelf, de Profeten en de andere geschriften. Toen ik mij in het achtendertigste regeringsjaar van koning Euergetes in Egypte vestigde, kwam ik daar in aanraking met voorbeelden van hoge geestelijke ontwikkeling. Ik vond het meer dan noodzakelijk dat ook ik daaraan iets zou bijdragen door dit boek ijverig en toegewijd te vertalen. Gedurende lange tijd heb ik dag en nacht gewerkt en al mijn kennis aangewend om het te voltooien en uit te geven, ook voor liefhebbers van studie in andere landen die bereid zijn zich in hun zedelijk handelen te richten op de wet. Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.
Spreuken 2:1-22 1 Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg, mijn richtlijnen altijd onthoudt, 2 een open oor hebt voor mijn wijsheid, een geest die neigt naar inzicht, 3 als je erom vraagt de dingen te begrijpen, roept om scherpzinnigheid, 4 ernaar zoekt als was het zilver, ernaar speurt als naar een verborgen schat – 5 dan zul je ontdekken wat ontzag voor de HEER is, dan zul je kennis van God verwerven. 6 Want het is de HEER die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. 7 Aan wie rechtschapen is, geeft hij voorspoed, voor wie op rechte wegen gaat, is hij een schild. 8 Hij waakt over het rechte pad en beschut de weg van wie hem trouw zijn. 9 Als je in acht neemt wat ik zeg, zul je leren wat oprecht, eerlijk en rechtvaardig is, dan volg je altijd het juiste spoor. 10 Want wijsheid zal je geest doordringen, je koestert je in kennis. 11 Bedachtzaamheid zal je behoeden, inzicht houdt de wacht 12 om je af te houden van verkeerde wegen, om je te beschermen tegen leugenaars, 13 mannen die het rechte pad hebben verlaten, de wegen van de duisternis gaan, 14 genieten van hun slechte daden, staan te juichen bij hun valse streken, 15 mannen die op kromme wegen gaan en slechts een dwaalspoor volgen. 16 En inzicht houdt de wacht om je te beschermen tegen een lichtzinnige vrouw, die je met haar vleierij wil paaien, 17 een vrouw die ver is afgedwaald, de geliefde van haar jeugd heeft verlaten, het verbond met haar God is vergeten. 18 Het huis van zo’n vrouw verzinkt in de dood, haar pad voert naar het rijk van de schimmen. 19 Niemand die bij haar komt keert ooit terug, onbereikbaar is de weg die naar het leven leidt. 20 Houd daarom het rechte pad, volg de weg van wie rechtvaardig zijn, 21 want wie rechtschapen zijn, zullen wonen in het land der levenden, wie onberispelijk hun weg gaan, vinden er een vast verblijf. 22 Maar wie kwaad doen, worden verdreven, wie God niet trouw zijn, worden weggevaagd.
Titus 3:14 Laten ook onze mensen leren zich in te spannen om het goede te doen waar dat dringend nodig is. Zo maken ze zich nuttig.Baruch 3:14 Leer waar inzicht is, waar kracht, waar begrip is, dat kennis verschaft, waar leven is, een lang leven, waar licht is voor de ogen, en vrede. Psalmen 90:12 Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult. Lucas 11:1 Eens was Jezus aan het bidden, en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
Hebreeën 10:26 Wanneer we willens en wetens blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk, Deuteronomium 31:12 Roep dan het volk bijeen, met inbegrip van de vrouwen en kinderen en de vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Laat iedereen naar de voorlezing luisteren en zo leren ontzag te tonen voor de HEER, uw God, en de wetten waarin u onderwezen bent, strikt na te leven.
1 Johannes 5:10 Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Galaten 3:26 want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God.
1 Korintiërs 13:13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. 1 Petrus 1:21 Door hem gelooft u in God, die hem uit de dood heeft opgewekt en hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof tevens hoop is op God.
Johannes 5:10 De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ Johannes 7:23 Als er op sabbat besneden wordt omdat anders de wet van Mozes wordt overtreden, waarom bent u dan kwaad wanneer ik op sabbat iemand helemaal gezond maak? Johannes 19:31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen.
...Als de dood heeft geheerst door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens,
Ik weet hoe is om ongelovige te zijn en ik weet dat de
bijbel is moeilijk te begrijpen.
Maar ik kijk naar een koning als Jezus Christus en naar
een Nieuwe Wereld daarom getuig ik Jehova en Jezus Christus. Verder maak ik iedereen zijn
leerlingen. Gelovige of ongelovige zijn dat bepaald jezelf. Wie hoop om in de nieuwe wereld van Jehova te
wonen geloof dus in Jezus. Daarom is het verstandig om Jehova en Jezus te
getuigen en vanuit thuis je eigen kerk beginnen of naar een kerk gaan en
gedoopt worden.
Matteüs 3Optreden van Johannes de Doper Johannes 20:28-29 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me
gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Openbaring5:10 U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters
gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’11 Daarna hoorde ik het
geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten;
het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal
duizenden. Jesaja 9:6 Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde
komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en
gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de
HEER van de hemelse machten.
Kijk naar TV en luister muziek en houd vast aan het geloof want de Heilige Geest woont in jou dus jouw Heilige Geest kijkt ook naar TV en luistert ook naar muziek. Romeinen 8:14-17 14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. 15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.
Efeziërs 4:30-31 30 Maak Gods heilige Geest niet , want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31 Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.32 Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
2 Johannes 1:1-2 1 Van de oudste. Aan de uitverkoren vrouw en haar kinderen, die ik werkelijk liefheb – en niet alleen ik, maar allen die de waarheid hebben leren kennen – 2 op grond van de waarheid die in ons blijft en bij ons zal zijn tot in eeuwigheid. 3 Genade, barmhartigheid en vrede zullen bij ons zijn, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.
2 Korintiërs 3:1-6 1 Beginnen we onszelf weer aan te bevelen? Of hebben we net als sommige anderen aanbevelingsbrieven voor of van u nodig? 2 U bent zelf onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven, maar voor iedereen te zien en te lezen: 3 u bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in het hart van mensen. 4 Dit vertrouwen kunnen wij dankzij Christus tegenover God uitspreken. 5 Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God. 6 Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Lezen meditatie tips:
Je begint elke dag met het lezen van de Bijbel dan Jehova, Jezus en de Heilige Geest bidden vervolgens het lezen van een krant. Je mag zelf kiezen in welke volgorde en hoe je het doet! Broeders en Zusters, door zo te bestuderen (mediteren) worden jullie geesten vervullen met waarheid van de wereld.
Bijvoorbeeld, je begint met boek van Psalmen enz.
Psalmen 33:13-1413 Uit de hemel ziet de HEER omlaag en slaat hij de sterveling gade. 14 Vanaf zijn troon houdt hij het oog op allen die de aarde bewonen. Psalmen 37:13 Maar de Heer lacht hem uit en ziet de dag al van zijn ondergang. Spreuken 5:21 De HEER ziet alle wegen die een mens bewandelt, al zijn stappen slaat hij gade.
Matteüs 13:18-26 18 Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19 bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 20 Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21 Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. 22 Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. 23 Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’ 24 Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25 Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26 Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn.
Openbaring 21:23 De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. 24 De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. Openbaring 22:4 en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. 5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.
Noach en Abraham hebben God in zijn huis voor zijn gezin, familie
en vrienden enz. getuigen Matteüs 18:20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen
zijn, ben ik in hun midden.’ 1 Korintiërs 13:13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Eigen kerk thuis
Wij zijn de nakomelingen van Noach en Abraham en we hebben
de kracht van de Heilige geest die in ons hart wonen om God thuis
voor onze gezin, familie en vrienden enz. te getuigen. De ene lees de bijbel voor en andere zingen, preken,
collecteren Geld voor de armen en sturen geld naar een armen familie via Western Union vervolgens Jehova en Jezus zegenen ons. Verder, we hebben de kracht om onze kinderen
enz. te dopen zoals de bijbel ons leren. Handelingen 8:(8:36) Andere handschriften hebben een extra vers: ‘[37] Filippus zei tegen hem: “Indien u gelooft met heel uw hart, is het toegestaan.” Hij antwoordde: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.”
Handelingen 1:8 Maar
wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en
van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden
van de aarde.’ Handelingen 3:25 U bent de erfgenamen van de profeten; met uw
voorouders heeft God zijn verbond gesloten toen hij tegen Abraham zei: “In jouw
nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” Handelingen 8:34-40 38
De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft?
Over zichzelf of over een ander?’ 35 Daarop begon Filippus met hem te spreken
over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt
nam. 36 Onderweg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: ‘Kijk,
water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ 37 (8:36) Andere handschriften hebben een extra vers: ‘[37] Filippus zei tegen hem: “Indien u gelooft met heel uw hart, is het toegestaan.” Hij antwoordde: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.”’ 38 Hij liet de wagen stilhouden en beiden
liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.
39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem
mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde. 40
Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in
alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.
Valse profeten zijn meestal tovenaars. Sommige valse profeten denken dat ze zijn een afgod of ze doen maar wat in naam van afgoden. Tovenaars dienen twee Goden en ze geloven ook in Jezus Christus. Sommige tovenaars hebben ook eigen kerk en ze dopen mensen in water en met de Heilige Geest. Handelingen 8:9-11 9 Voordien had een zekere Simon in de stad magie bedreven en de bevolking versteld doen staan. Hij beweerde over bijzondere gaven te beschikken, 10 en iedereen, van groot tot klein, keek vol ontzag naar hem op omdat ze werkelijk meenden dat de grote macht van God in hem zichtbaar werd. 11 Hij boezemde de bevolking ontzag in omdat hij hen geruime tijd verbaasd had met zijn magische kunsten. Handelingen 13:6- 10 6 Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette 7 en tot het gevolg behoorde van Sergius Paulus, de proconsul. Sergius Paulus, een verstandig man, liet Barnabas en Saulus bij zich komen omdat hij meer wilde horen over het woord van God. 8 Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent ‘magiër’ –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de proconsul van het geloof af te houden. 9 Daarop keek Saulus (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest 10 zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden?
Exodus 7:11 De farao liet op zijn beurt de geleerden en tovenaars komen, en deze Egyptische magiërs bereikten met hun toverformules hetzelfde. Leviticus 19:26Eet geen vlees waar nog bloed in zit. Laat je niet in met waarzeggerij en wolkenschouwerij. Deuteronomium 18:10 Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, 2 Koningen 21:6 Hij verbrandde zijn zoon als offer en liet zich in met wolkenschouwerij, wichelarij, geestenbezwering en waarzeggerij. Hij tergde de HEER door voortdurend te doen wat slecht is in zijn ogen. 7 Zo liet hij bijvoorbeeld een beeld van de godin Asjera maken, dat hij een plaats gaf in de tempel waarvan de HEER tegen David en zijn zoon Salomo had gezegd: ‘In deze tempel, in Jeruzalem, dat ik uit alle steden van Israëls stammen heb uitgekozen, zal ik voor altijd mijn naam laten wonen. Daniël 2:2 De koning gaf opdracht de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën bijeen te roepen om hem te vertellen waar zijn droom over ging. Toen ze voor de koning verschenen waren, Jeremia 27:9 Luister niet naar je profeten, waarzeggers, droomuitleggers, wolkenschouwers en tovenaars, die jullie steeds oproepen je niet aan de koning van Babylonië te onderwerpen. 10 Hun profetieën zijn leugens; ze bereiken er slechts mee dat jullie uit je land worden verdreven. Ik zal jullie uiteenjagen en jullie zullen omkomen. Openbaring 21:8 Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.’ Openbaring 22:15 Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.